Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

De markt voor klassieke Porsches haperde vorig jaar, maar eindigde alsnog sterk. Het aantal trailerqueens steeg dramatisch en een oud fenomeen stak opnieuw de kop op: nieuwe Porsches die met een forse meerprijs direct werden doorverkocht. Het leidde tot hebzucht, waarvan Porsche optimaal heeft geprofiteerd. Een analyse.

Trailerqueens heten ze; auto’s die uitsluitend op een aanhanger worden vervoerd naar beurzen en tentoonstellingen. Porsches die inmiddels te duur zijn om mee te rijden en die ook helemaal niet voor dat doel zijn gekocht. Sterker nog; de meeste exemplaren worden bij aankomst door vier mannen van een trailer gehaald, zodat de auto niet hoeft te remmen bij het afrijden en aldus de remschijven niet slijten. In veel gevallen zijn de remschijven zelfs helemaal verwijderd, is de benzinetank helemaal leeggemaakt en áls er al eens mee gereden wordt, is het met een andere motor. Het originele ‘matching numbers’ blok ligt vaak goed geconserveerd op de plank of in een grote bak olie, zodat het niet slijt of wordt aangetast. De trailerqueens zijn bedoeld om naar te kijken en om zittend op een stoel van te genieten. Kunstwerken op wielen als het ware. En wanneer je het verafschuwt dat auto’s niet langer worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, hebben we maar één advies: wen er maar aan. Want het wordt de komende jaren alleen maar erger.

De auto als rijdend kunstwerk, feitelijk is dat nu al in veel gevallen realiteit. Zo werden vorig jaar voor het eerst in de geschiedenis van Nederlands bekendste en meest vooraanstaande kunstbeurs PAN in de Amsterdams RAI ook tijdelijk klassieke auto’s als kunstobjecten tentoongesteld. Een belangrijke doorbraak in Nederland, want elders in de wereld, bijvoorbeeld in het New Yorkse Museum of Modern Art stonden al meer fraaie auto’s, waaronder de Jaguar E-type. Dat na de wettelijke erkenning van klassieke auto’s als Rollend Erfgoed deze nu ook tot de objecten van kunst, renovatie en conservatie gerekend worden, is een mooie ontwikkeling wat ons betreft, waarmee het verzamelen van auto’s uit de hobbyhoek wordt getrokken.

Halverwege het jaar leek de markt voor klassiekers enigszins in te kakken. Er bleek zelfs sprake van enige afkoeling. Aanbod en prijzen namen af. Zelfs de niet al te misselijke collectie van Jerry Seinfeld voldeed niet volledig aan de verwachtingen. De oorzaken zijn te vinden in het dreigende doemscenario dat de Brexit veroorzaakte, de dalende koers van de euro waardoor het voor Europeanen minder aantrekkelijk is om klassiekers in de VS te kopen en de verkiezingen in Amerika. We zullen er aan moeten wennen dat ook de markt voor klassieke auto volatiel wordt. Dus niet ‘the only way is up’, maar ook al dan niet tijdelijk overaanbod als gevolg van indicaties op de (wereld)markt die de prijzen beïnvloeden.

Ook vorig jaar gaf de markt zich niet gewonnen en veerde zeker tegen het einde van het jaar weer sterk op. De veiling van RM Sotheby’s in Londen kende records en ook de omvangrijke ‘Duemila Ruote’ veiling van hetzelfde veilinghuis deed menigeen verbazen. Toegegeven: die laatste veiling – georganiseerd door de Italiaanse regering om een frauderende fabrikant te ‘plukken’, was deels zo succesvol omdat het er rond die tijd op leek dat Italië zich ging afscheiden van Europa en veel mensen met geld op de bank hadden er veel geld voor over om iets tastbaars in handen te hebben, in plaats van een redelijk virtueel bedrag op de spaarrekening.

Zijn er dan helemaal geen slachtoffers gevallen? Toch wel. Volgens Hagerty, de gezaghebbende Amerikaanse verzekeraar die van zo’n beetje alle klassieke auto’s (en dus ook van bijna alle Porsches) bijhoudt wat de waarde is, constateerde dat de markt voor de ‘longhood’ 911, dus alle modellen van 1964 tot 1973 – de auto’s met de lange bagageklep voor – met maar liefst dertig procent is gedaald. Enige uitzondering daarop was de 912, die – eindelijk – het gat met de klassieke 911 begint te dichten. En terecht, want een gat van meer dan 100.000 euro tussen twee identieke auto’s waarvan er één alleen een paar cilinders mist, was natuurlijk niet lang vol te houden. Het ultieme bewijs voor die prijsstijging was de gele 912 met roofrack uit 1967 die onlangs werd geveild voor 114,400 dollar door Gooding & Company.

Maar goed, de klassieke 911 is dus enigszins uit de gratie. Ten gunste van de youngtimers. Want voor 911-modellen uit de jaren tachtig en negentig wordt plotseling veel meer geld neergelegd. De 964 steeg vorig jaar enorm, maar ook de 996 bleek niet langer een auto die je voor 15 mille oppikt. En wat te denken van de 993 RS en de 964 RS? Een paar jaar geleden auto’s van een ton, nu van tonnen. Ook stegen alle turbo’s, variërend van de 930 Turbo 3.0 uit 1975 tot de 996 Turbo S van net na de eeuwwisseling, zo’n beetje honderd procent in waarde, al begint vooral de markt voor de 3,3 Turbo – waar er verschrikkelijk veel van gemaakt zijn – enigszins in te zakken. Dat was tot voor kort nog een auto die hier en daar voor meer dan een ton van de hand ging, maar nu voor gemiddeld rond de 80.000 euro blijft hangen.

Op het gebied van de extreme varianten was het de 356 Speedster die met gemak de grens van een half miljoen dollar doorbrak – althans: als ‘barn find’ – en ook werd onderhands een originele 911R uit 1968 (één van de 22 ooit geproduceerde) verhandeld voor naar verluidt zes miljoen euro. Een andere hoogvlieger was de 993 GT2. Hier is echter iets vreemds aan de hand, want er schijnen op dit moment twee miljardairs bezig te zijn om alle bijzondere Porsches wereldwijd op te kopen. Combineer dat met het feit dat beide heren elkaar het licht in de ogen niet gunnen en je kunt concluderen dat sommige exorbitante prijzen het gevolg zijn van een spelletje ver-pissen voor volwassenen, maar dan op veilingen. De Rivièra-blauwe GT2 die vorig jaar werd geveild voor 2,4 miljoen dollar was het ultieme voorbeeld van dit financiële machtsvertoon en de heren schijnen elkaar vaker tegengekomen te zijn. Reken op twee zeer mooie Porsche-musea in de Verenigde Staten in de nabije toekomst. De vraag is alleen of ze toegankelijk zijn voor het publiek.

Tegenwoordig zijn ook nieuwe Porsches (weer) aantrekkelijk onder beleggers. Wat heet: de Porsche 911R (991 exemplaren) leidde tot een koop-frenzy onder verzamelaars en liefhebbers. Door de verschillende manieren van toewijzing en het uitdelen van koopcontracten onder potentiële liefhebbers ontstond er flink gemor, waarbij een aantal dealers niet vrijuit ging. Een aantal Britse dealers werd hiervoor zelfs veroordeeld door de rechter. Kort daarna werden 911R-modellen doorverkocht voor vele tonnen boven nieuwprijs, al lijkt de hype voorbij nu duidelijk is dat ook de nieuwe 911 GT3 zal worden geleverd met handbak – tegen de eerdere beweringen van Porsche in.

Een andere auto die iedereen moest hebben, was de GT3 RS. Geen gelimiteerde oplage weliswaar, maar Porsche kon er gedurende de productieperiode slechts 2.000 maken, dus exclusiviteit gegarandeerd. Dacht men. Totdat Porsche besloot de productieperiode met een half jaar te verlengen, zodat zo’n beetje iedereen die een koopcontract had getekend zijn of haar auto ook daadwerkelijk kreeg uitgeleverd. Dat zijn er naar verluidt meer dan 7.000 geworden. De meerprijzen van vele tienduizenden euro’s worden inmiddels niet meer betaald. De auto gaat nu van de hand voor de originele nieuwprijs ongeveer en we hopen dat het daarbij blijft voor de onfortuinlijke beleggers. Daarmee wordt de ‘gewone’ 991 GT3 plotseling meer een auto met verzamelwaarde, want daarvan is volgens de geruchten de teller blijven hangen bij zo’n 1200 exemplaren. Het is nog een leukere auto om te rijden ook, met zijn motor die 200 toeren meer draait dan die van de GT3 RS en ook nog eens fijner klinkt bij hoge toerentallen.

Goed, nu even voor de belegger met de meer modale beurs: wij adviseren om eens te kijken wat verder dan de Porsche 911 als je leuk wilt rijden en meer rendement wilt pakken dan je krijgt op je spaarrekening. Niet lang geleden tipten we de Porsche 912 en ook de 914, de 928 en de 924 zijn flink in waarde aan het stijgen. Kneusjes zijn het allang niet meer en ze zijn nog volop te koop tegen schappelijke prijzen. De Porsche 928 is weliswaar al enige tijd ontsnapt aan het imago van koopje. Wil je er toch een, mik dan op een zo vroeg mogelijk exemplaar (1977-1978) of een GTS. De technische staat is belangrijk, want je kunt er aardig op leeglopen. De 924 is nog altijd relatief betaalbaar en de 944 ook. Qua 914 is er onder de 10.000 weinig moois meer te vinden en dat is wel belangrijk, want restaureren van een 914 is schrikbarend duur en dat geldt niet alleen voor de 914/6.

Het grappige is dat de markt zich nauwelijks laat sturen en dus totaal niet laat voorspellen. Zo dacht iedereen dat de klassieke 911S dé Porsche van de jaren zestig en zeventig zou worden, maar het bleken juist de eerste exemplaren uit 1964 en 1965 met een 130 pk-blokje die enorme waardestijgingen meemaakten. Een 912 werd niet lang geleden alleen maar gekocht als donor voor een te restaureren 911 en de man die een paar jaar geleden met een ongerestaureerde barn-find 356 Speedster aan kwam zetten op een Concours d’Élegance in de Verenigde Staten, werd keihard uitgelachen. Precies zo’n auto als de ‘barn find’ 356A 1600 Speedster die vorig jaar ruim 660 duizend dollar opbracht, zeg maar – inderdaad, meer dan een perfect gerestaureerde.

Kortom: het kan alle kanten op en wie het weet mag het zeggen. Feit is wel dat de rente op de bank de komende jaren ongetwijfeld laag blijft en zolang dat het geval is, zullen weinig mensen op de bank blijven zitten om te ‘rentenieren’. Je moet iets doen met je geld en de markt voor klassieke auto’s lijkt volwassen genoeg om dat met beperkt risico te doen. En je weet: in het slechtste geval kun je altijd nog genieten van je investering door ermee te gaan rijden, ook al is dat een concept dat veel verzamelaars van klassieke auto’s al bijna zijn vergeten.

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Advertenties
Luxury-ins
EQ Performance
WK Automotive

3 reacties

  1. Mooi verhaal en helemaal eens met de analyse; vroeger kocht je een 911 als je hem kon betalen en hoopte je dat de onderhoudskosten en afschrijving binnen de perken bleven; nu stappen de meeste “kopers” in omdat ze willen beleggen in klassiekers en is het rijden/genieten bijzaak…..
    Dat de “kneusjes” zoals de 944 (turbo/S2) hier garen bij spinnen is alleen maar goed, deze Porsches verdienen het om beter gewaardeerd te worden en sturen beter dan hun luchtgekoelde tijdgenoten.

    1. De waarde van een Boxster S hangt van verschillende factoren af. Bijvoorbeeld het bouwjaar, de algemene staat, kilometers, of er geen rare aanpassing aan zijn gedaan, kleur, onderhoud of achterstallig onderhoud …. Je ziet het is niet zo een twee drie te zeggen. Het beste is dat je een Porsche Centrum en of Porsche specialist naar de auto laat kijken om een goede indicatie te krijgen. Als je laat weten waar of in welke regio je woont dan kan ik wel iemand aanbevelen. alain@vierenzestig.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.