Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Wolbert Sportscars verkoopt jaarlijks zo’n 100-120 Porsches. Mooie, goede en aantrekkelijk geprijsde 911-modellen voor de echte liefhebbers. Dat hij zelf ook liefhebber is, werkt soms in zijn nadeel. “Want dan doet het een beetje pijn als een bijzonder exemplaar wordt verkocht.” Eric Wolbert over verleden, heden en toekomst van de Porsche-handel.

“Mijn eerste Porsche kocht ik in 1988, ik was toen net 22 geworden en zat op de Heao in Enschede. Ik was altijd al autogek en schuimde in die jaren vaak loodsen van garages en schadebedrijven af net over de Duitse grens. Op een dag liep ik daar tegen een Porsche 924 aan uit 1976. De motor liep niet mooi, maar met een vraagprijs van 1500 D-Mark was de auto ook niet echt duur. Ik kocht de auto op de gok dat de motor makkelijk te maken was. Dat klopte gelukkig, het was een nokkenas die vervangen moest worden en toen liep de auto weer goed.

Weliswaar moest ik alle zeilen bijzetten om de auto te rijden met mijn studentenbudget, maar ik genoot met volle teugen. Mijn toenmalige vriendin en ik zijn er zelfs nog mee op vakantie geweest naar Joegoslavië. Dat was even minder, want door ‘vapor lock’ op grote hoogte stopte de auto er midden in de Gotthard-tunnel mee. Er stond meteen een enorme file achter ons. Gelukkig liep de weg een beetje naar beneden en konden we ‘m naar een vluchthaven duwen. Tien minuten later liep de auto weer en heeft daarna nooit meer een slag gemist.

Eerste Porsche

Op school leverde mijn Porsche het nodige commentaar op van mede-studenten.  Het was geen echte Porsche volgens hen, omdat er een Audi-motor in zit. Ik vroeg dan altijd maar hoe het precies met hun fiets zat. De 924 was de allergoedkoopste Porsche die ik ooit kocht, maar ik was er blijer mee dan alles wat daarna kwam. Ik had immers een Porsche! Via een kentekenzoeker ontdekte ik een paar jaar geleden dat de auto nog steeds geregistreerd stond. Ik vond de auto in Woerden in een weiland. Helaas was er bijna niets van over. Restaureren zou minstens 10.000 euro kosten en dat had ik er niet voor over.

Na de 924 ging ik me verder verdiepen in de Porsches. Mijn ouders woonden nog in Enschede toen ik studeerde en ’s ochtends ging ik daar de grens over om in een Duitse  boekhandel een enorme stapel kranten te kopen. Die mensen daar dachten dat ik een echte intellectueel was, maar thuis ging alles de vuilnisbak in, behalve de advertenties. Ik kocht dan een auto, reed er een half jaar in en verkocht ‘m daarna door, soms met wat winst maar het ging me vooral om het plezier. Samen met een goede vriend hebben we menig Porsche opgehaald en daarmee de basis gelegd voor de kennis die ik nu heb. We deden ons voor als arme studenten die samen een Porsche wilden kopen en vaak werd de auto ons dan gegund. Het was een mooie tijd, echt avontuur. Geen internet, bellen vanuit een telefooncel en er naartoe rijden zonder navigatie maar met een stratenboek. Wat dat betreft is de wereld snel veranderd.

Droom waargemaakt

Na de Heao ben ik bij Pon’s Autobielhandel gaan werken en heb daar onder andere een jaar of acht gewerkt als rayonmanager voor Audi. Ook een mooie tijd. Maar na een paar jaar wist ik dat ik bij Pon vast geen CEO ging worden en het ondernemerschap lonkte.  Het was best moeilijk om voor mezelf te beginnen, ik had een goede baan en elk half jaar een nieuwe  Audi, maar in 2004 heb ik toch de grote stap gezet. We zijn begonnen in een halletje in Leusden aan de Ambachtsweg. De bank ging akkoord met mijn businessplan en ik heb toen een Porsche of tien ingekocht, voornamelijk 3.2 en 964-modellen. Die kocht je toen nog voor tussen de 15.000 en 20.000 euro. Anderhalf jaar later heb ik mijn droom waargemaakt. Ik wilde namelijk wonen tussen of vlakbij mijn auto’s. In Achterveld, vlak bij Amersfoort kocht ik een mooi nieuw bedrijfspand met appartement. Geen A1-locatie, maar ik wilde ook bewust niet een glazen paleis langs de snelweg. Wel zit ik hier lekker centraal en dankzij internet weet men ons hier toch wel te vinden.

In de afgelopen jaren heb ik de markt wel zien veranderen. Door internet werd alles anders. De krantjes uit Duitsland waren verleden tijd, de markt werd transparanter, maar de prijzen gingen desondanks sterk omhoog. In het begin kocht ik veel Porsches 964 RS. Die verkocht ik voor tussen de 50.000 en 60.000 euro. Nu zijn ze bijna onbetaalbaar en moeilijk te vinden. Ook heb ik veel 3.6 Turbo’s gehad. Die waren toen al wat duurder dan een standaard 964 natuurlijk, maar de laatste jaren zijn ook die prijzen enorm gestegen. De oranje 911 2.7 RS uit 1973 die nu eigendom is van Pon, is ook van mij geweest. Ik vond die auto in België in 2002 en betaalde er toen 50.000 euro voor. Ik heb er een half jaar in rondgereden, gewoon mee naar de Albert Heijn enzo. Later zag ik dat het een origineel Nederlandse auto was, die ooit van Ben Pon is geweest. Ik heb ‘m met een leuke winst doorverkocht aan Pon. Nu is ‘ie echter vele tonnen waard.

Porsche 964 RS

Achteraf gezien had ik een aantal auto’s moeten houden, maar dat ging natuurlijk niet. Ik moest mijn zaak draaiende houden. Bovendien had ik een goede les geleerd van Henk Rottinghuis, de toenmalige CEO van Pon. Hij zei bij mijn afscheid: ‘don’t get high on your own supply’, oftewel: ga je niet teveel hechten aan je auto’s. Het blijft handel. En dat is ook zo, maar ik ben wel echt liefhebber en heb altijd een 964 RS voor mezelf gehouden. Niet steeds dezelfde, maar ik kan moeilijk zonder, heb ik gemerkt. Een betere auto hebben ze in Stuttgart niet gebouwd. Ook heb ik twee jaar geleden een oude 911S gekocht uit 1967. Het was een in Nederland nieuw geleverde auto, die naar de VS is gegaan en in de jaren negentig is teruggekeerd. De restauratie heeft veel meer gekost dan begroot, maar het is een prachtige auto geworden en ik rijd er regelmatig mee.

Afgezien van de 964, 993 en 3.2 heb ik me ook nooit te min gevoeld voor een mooie 996 of 997. Mensen vroegen we weleens waarom ik niet vasthield aan luchtgekoelde auto’s, maar Porsche gaat zelf ook mee met de tijd en ik wil niet achterblijven. Inmiddels is tachtig procent van wat ik verkoop watergekoeld. Het prijsniveau van mijn voorraad ligt globaal  tussen de 20.000 en 60.000 euro. Het is voor mij niet interessant een 991 uit 2012 voor 5.000 euro minder dan bij de Porsche-dealer neer te zetten. Voor dit type in deze prijsklasse gaat men toch eerder naar de dealer. In de transaxels heb ik handelstechnisch minder vertrouwen. De 928 is al 20 jaar de klassieker van de toekomst, maar ik zie alleen maar een kwetsbare auto met dure onderdelen en bijna onbetaalbare reparaties.

Schone Tesla

Ik durf mijn klanten ook wel te adviseren om een auto niet te kopen. Bijvoorbeeld als een kerel van meer dan twee meter een short wheelbase Porsche 911 wil kopen. Een gat in het dak zagen is geen optie dus die auto raad ik af en probeer hem in een 997 te laten stappen. Dat is een ruime auto. Ook stuur ik wel eens mensen weg, gewoon omdat ik niet de auto heb die zij zoeken. Bij ons geen gladde verkooppraatjes. En dat wordt gewaardeerd. Ik heb een redelijk trouwe klantenkring. Voor hen organiseer ik twee keer per jaar een lente- en herfstrit en in de zomer gaan we vaak nog een week naar het buitenland, naar de Alpen of naar Italië. Je Porsche de sporen geven.  Lekker rijden in Nederland, het land van de duizend drempels, gaat haast niet meer, dat is wel jammer. De leukste klant die ik heb? Ach eigenlijk allemaal, maar een mooi verhaal is de oude baas van 85 die twee jaar geleden samen met zijn vrouw zijn eerste Porsche – een Boxster – kocht en daar het hele jaar mee rond toert. Af en toe komen ze bij mij koffie drinken en vertellen dan hoe blij ze met hun autootje zijn. Daar word ik dan ook weer blij van.

Toekomst van Porsche

Voor wat betreft de toekomst maak ik me weinig zorgen. Een aantal mensen die zelf ook Porsches gingen verkopen in de tijden van de hype zijn inmiddels alweer gestopt, maar ik ga vrolijk door. Ik wil dit vak nog wel even uitoefenen – tot mijn zeventigste of zo. Het feit dat Porsche hybrides en straks ook elektrische auto’s gaat maken, stuit me wel een beetje tegen de borst. Allemaal goed voor het milieu zogenaamd, maar zes procent van die stroom komt van windmolens en 94 procent van een stinkende kolencentrale in Tsjechië. Een farce. Ben eigenlijk een beetje bang dat we ooit alleen nog maar met onze klassiekers de binnenstad in mogen als er een elektromotortje wordt bijgeschakeld. Voor de waarde van ons industrieel erfgoed zoals ik klassieke Porsches noem, is het allemaal niet goed. En ook al is het beter voor je gezondheid wanneer iedereen elektrisch rijdt: ik word liever negentig met een mooie rokende en stinkende oude 911, dan honderd met een zogenaamd schone Tesla onder mijn kont.”

 

 

 

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Advertenties
Luxury-ins
EQ Performance
WK Automotive

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.