Carrera 2.7 uit 1976: de grote onbekende

Hij staat in geen enkele folder en er bestaan geen boekjes van. Dat hoefde ook niet, want nagenoeg alle exemplaren werden rechtstreeks uitgeleverd aan raceteams in Duitsland en Zwitserland. De Carrera 2.7 uit 1976 is zeldzamer dan zijn beroemde stamvader, de 1973 RS, maar afgezien van de impactbumpers compleet identiek. Van dit homologatiemodel zijn er slechts 113 gemaakt, waarvan 30 Targa’s voor de Belgische Rijkswacht. inmiddels zijn het gezochte verzamelaarsauto’s, die in gerestaureerde staat meer dan 150.000 euro opbrengen. Zelfs onze bebaarde vriend Magnus Walker heeft er een. Wij vonden een coupé in Nederland.

RSR

De grijze golf uit het westen heeft op deze mooie voorjaarsdag de Veluwe compleet overspoeld. Duizenden senioren zijn met de fiets op de fietsdrager afgereisd naar de verkoelende bossen. De zon brandt desondanks onbarmhartig en op de vele terrasjes zit iedereen uitgeteld te nippen aan een koude spa of een vers getapt biertje. Iedereen? Nee, twee malloten leek het wel een goed idee om bij een buitentemperatuur van bijna 30 graden een rondje te gaan rijden in een veel te kleine sportwagen. Zonder airco. Een zwarte. Een van de twee mannen is een verzamelaar die liever anoniem wil blijven. Deze liefhebber weet enorm veel van het merk en speurt dagelijks naar bijzondere modellen. Liefst met race-historie. Zo vond hij al enkele zeer bijzondere Porsches in Nederland en wist hij ook aan R Gruppe-lid Gerd Rijper te melden dat diens RSR ten tijde van de crash met Niki Lauda dienst deed als safety-car. De andere malloot is uw nederige verslaggever. Op een centimeter na twee meter lang en voor de gelegenheid gekleed in lange broek en overhemd.

De liefhebber is eigenaar van de zwarte Porsche. Met groot gemak weet hij de motor op te zwepen tot fantastische prestaties. Dat is ook niet zo gek, want de motor is weliswaar ‘matching’ en geheel origineel en dus standaard 211 pk sterk, maar intern zijn er door Porsche-tuner Gerrit Kobus tijdens de complete revisie ook nog eens enkele blokkades opgeheven en lucht- en brandstofmengselstromen geoptimaliseerd. “Hij is daardoor een stuk sneller”, zegt de verzamelaar. “Maar het nadeel is wel dat hij twee keer zoveel brandstof verbruikt als de 1975 Carrera van een kennis van mij.” Bij het starten hoor je al dat hier geen standaard motortje tot leven wordt gewekt. Het holle aanzuiggeluid en de harde klappen van de flat six in combinatie met de relatief hoge stationaire toerentallen, doen ons verlangen naar een stuk Duitse Autobahn.

915-bak

De verzamelaar rijdt de auto warm. Rustig en beheerst, zoals het hoort. Pas wanneer hij zeker weet dat de olie warm is – en dat is later dan de inzittenden zelf – gaat het gas op de plank. De motor blijft trekken, maar dat is niet het meest opvallende. Het meest opvallende is dat het koppel zo aangenaam hoog is. Net als in de 1973 Carrera RS is ook dit een auto waarmee je rustig een rondje door de stad kunt rijden. Geen bokkende motor bij lage toerentallen en een toerenteller die pas omhoogschiet boven de 4500 toeren, maar een prachtig lineaire motor, die als door een wesp gestoken reageert op commando’s van de rechtervoet. Alleen de 915-bak gooit af en toe roet in het eten. De ietwat hakerige bak vergt enige gewenning, voordat je in staat bent om de prestaties van de motor soepel en snel over te brengen op het wegdek.

Het meest bijzondere aan de Carrera is volgens de verzamelaar misschien nog wel het chassisnummer. “Dat begint met 911660 en dan een 9, gevolgd door nog drie cijfers. De enige andere series die ook zijn voorzien van dit nummer 9 zijn de pure racewagen 3.0 RS en de brute 3.0 RSR. In totaal zijn er dus slechts 275 Porsches uitgebracht met dit bijzondere nummer en daarmee bevindt de 2.7 Carrera zich in goed gezelschap. Ook het feit dat er  – om net als bij de 3.0 RS en de RSR gewicht te besparen – geen bodyshoot is gebruikt onder de motorkap en in de bagageruimte, geeft aan dat deze auto echt is gebouwd volgens de traditie van Leichtbau. Andere gewichtsbesparende elementen zijn de lichtgewicht tapijtset en de dunne laag bitak aan de onderzijde. Je hoort de steentjes dan ook opspatten tegen de wielkasten. En waar de Carrera’s uit 1974 en 1975 waren voorzien van elektrische ramen, is deze voorzien van de veel lichtere draairaampjes.”

Gerrit Kobus

Het gevolg van deze en andere gewicht besparende maatregelen, was dat de 1976 Carrera slechts enkele kilo’s zwaarder is dan de Touring-uitvoering van de 1973 Carrera RS. Alleen de impactbumpers zorgden voor dit extra gewicht. Net als de 1973 Carrera is de auto standaard voorzien van een sperdifferentieel en volgens sommige bronnen ook met bevestigingspunten voor een rolkooi. “Die van mij in ieder geval wel”, zegt de verzamelaar. “Ik was al een tijd op zoek naar zo’n auto. Gerrit Kobus wist dat en toen een klant van hem zijn auto wilde verkopen, lichtte hij mij in. Ik kocht de auto en vervolgens hebben we ‘m compleet gerestaureerd. Inmiddels rijd ik er al een jaar of vijf mee rond. Alleen normaal gesproken niet op dagen zoals deze…”

Het interieur van de Carrera 2.7 is redelijk standaard. Alleen de tot 300 km/u doorlopende snelheidsmeter verraadt dat dit een bijzonder exemplaar is. Airco was uiteraard niet leverbaar en daar plukken de verzamelaar en ik nu de wrange vruchten van. Al snel loopt het zweet in dunne straaltjes van ons hoofd naar beneden. Dat de motor flink wordt opgestookt, helpt niet. Op aangeven van de verzamelaar zit ik nu zelf achter het stuur. Het feit dat ik nu verantwoordelijk ben voor deze kapitale auto en het ontbreken van stuurbekrachtiging zorgen ervoor dat het laatste vocht uit mijn lijf wordt geperst. Ik vraag de verzamelaar waarom hij deze auto op zijn verlanglijstje had staan. “Met deze auto heb je de sensaties van een 1973 Carrera RS, maar dan voor een derde van de prijs”, zegt hij glimlachend. “Bovendien wordt zo’n model nooit minder waard. Bij Porsche draait het om bijzonderheid, vermogen en zeldzaamheid. Dit is een homologatiemodel met een 211 pk sterke motor en er zijn er slechts 113 van gemaakt. Daarmee is deze auto zeldzamer dan de 1973 RS. Er zijn weliswaar 123 chassisnummers bekend, maar Porsche gebruikte in die tijd de eerste tien nummers niet, of uitsluitend voor interne doeleinden.”

2.7 Carrera RS

Om te begrijpen waarom Porsche tot dit model kwam en hoe het komt dat deze auto uitsluitend bekend is bij een handjevol verzamelaars, moeten we terug in de tijd. Het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig waren de absolute gloriejaren voor Porsche. De 911 was een gigantisch succes en de auto verwerd tot een model dat werd gekocht door kenners. De Porsche was succesvol op het circuit en tevens een scherpe, stijlvolle, dure straatauto voor mensen met een goede smaak. In de internationale sportwagenklasse had de 917 gezorgd voor de La Mans overwinning in 1970; een prestatie die het jaar daarna herhaald zou worden. Het waren topjaren en het is nauwelijks overdreven om te zeggen dat de basis van de legendarische status die het merk vandaag de dag heeft. destijds is gelegd.

Om de groeiende groep liefhebbers te kunnen voorzien van voldoende auto’s, introduceerde het merk de G-Serie, voorzien van een 2,7 liter motor en de harmonicavormige impactbumpers De aanduidingen T, E en S werden vervangen door 911 en S. Beide modellen waren voorzien van de nieuwe Bosch K-Jetronic brandstofinjectie, ingegeven door de nieuwe emissie-eisen. Topmodel was de 911 Carrera. Deze was net als de 2.7 Carrera RS uit 1973 voorzien van de 911/83 motor met 211 pk, maar deze auto was niet leverbaar in lichtgewicht-uitvoering. In 1974 werden er 1026 coupés uitgeleverd en in 1975 ongeveer 518 exemplaren, plus en aantal modellen in Targa-uitvoering. Deze modellen hadden vast meer aandacht gekregen, ware het niet dat Porsche in 1975 de 260 pk sterke 3.0 Turbo uitbracht, oftewel de 930. Deze supersportwagen was zo’n sensatie, dat de mindere goden een beetje ondergesneeuwd raakten.

Georg Konradsheim

Het is desondanks niet overdreven om te zeggen dat deze Carrera’s de spirituele opvolgers zijn van de 2,7 RS. Dr. Georg Konradsheim, co-auteur van het bekendste boek over de 911 RS ter wereld , ziet meer overeenkomsten dan verschillen. “De Carrera’s met impactbumpers zijn zeer goed rijdende auto’s en ze rijden nagenoeg hetzelfde als de RS”, aldus Konradsheim. “Alleen door de andere stoelen en het dikkere stuur voelt de licht auto anders aan.” Toch zijn het geen identieke auto’s. De RS woog dankzij allerlei gewichtsbesparende maatregelen 1.050 kilo, terwijl de Carrera was voorzien van dezelfde uitrusting als de standaard 911-modellen. Ook de impactbumpers zorgden voor extra gewicht. De 2.7 RS was de eerste auto met verschillende wielmaten; 6J voor en 7J achter en andere wielkasten achter. Dit model was gebouwd voor homologatiedoeleinden en dat gold niet voor de 1974 en 1975 Carrera.” De 1976 Carrera is zoals gezegd een ander verhaal. Ook deze homologatie-auto was voorzien van verschillende wielmaten voor en achter en van de vele Leichtbau kenmerken. De meningen zijn echter verdeeld over de vraag voor welke raceklasse dat geweest moet zijn. In ieder geval een klasse die er nooit gekomen is.

 

 

Advertenties
Luxury-ins
EQ Performance

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.